Werking van onze school
Type 8 : |
 |
Kinderen uit type acht kunnen omschreven worden als kinderen met spraak-, taal-
of leermoeilijkheden. Kinderen die een normale verstandelijke aanleg hebben
maar om één of andere reden niet slagen in de lagere school. Deze
omschrijving is echter niet voldoende, de problematiek is ingewikkelder : emotionele
factoren, zoals stress, faalangst, ontreddering en dergelijke, spelen ook een
rol naast eventuele leerproblemen. De meeste kinderen in type acht zijn al leermoe,
dus moet onze school hun vooral hun zelfvertrouwen teruggeven, om daarna te
komen tot betere leerprestaties.
Hoe wordt dit nu aangepakt in onze Damiaanschool ?
De kinderen krijgen de kernleerstof van de lagere school aangeboden, samen
met een individuele benadering van emotionele- en werkhoudingsproblemen. Daarvoor
worden de leerlingen onderverdeeld in taalgroepen, rekening houdend met het
bereikte niveau voor technisch lezen en spelling. We spreken dus over groepen
en niet over leerjaren. Het grootste deel van de dag blijft de leerling in deze
groep of pedagogische eenheid. Alle leerlingen van type 8 hebben op hetzelfde
tijdstip rekenen. Daardoor is het mogelijk kinderen van groep te wisselen, zodat
ze ook voor rekenen bij hun eigen niveau kunnen aansluiten.
Om de basisleerstof van de lagere school aan te brengen, vertrekt de klasleerkracht
voor elk vak vanuit een algemeen groepswerkplan. Dit plan wordt opgesteld in
samenspraak met collega’s, rekening houdend met het niveau van de klasgroep.
Toch wijken leerlingen regelmatig af van dit groepswerkplan. Daarom wordt er
bij de minste afwijking van de gestelde doelen ook een individueel handelingsplan
opgesteld. Dit plan voorziet in een individuele aanpak van leermoeilijkheden
of opvallende gedragsproblemen. Deze werkwijze heeft tot gevolg dat de kinderen
na verloop van tijd tijdens dezelfde les met heel andere dingen kunnen bezig
zijn. Differentiatie tijdens de lessen is onvermijdelijk en kan op verschillende
manieren gebeuren :
De kinderen kunnen dezelfde leerstof op een andere wijze verwerken, aangepast
aan hun kunnen : ze krijgen eenvoudigere of moeilijkere oefeningen.
Het kan zijn dat de kinderen meer uitleg nodig hebben voor ze de leerstof begrepen
hebben. De juf kan het kind apart nemen, terwijl de anderen zelfstandig oefenen.
Het is ook mogelijk dat een kind geen problemen heeft met de leerstof waar andere
kinderen op falen, zodat het vlugger kan gaan.
Het is niet altijd gemakkelijk om met zo’n kleine stappen en zoveel differentiatie
de lessen en verwerking even boeiend te houden. Tegenwoordig kunnen we gebruik
maken van de computer bij de verwerking van de leerstof. De kinderen vinden
dat bijzonder leuk en het is zeer leerzaam.
Bij de uitwerking van een handelingsplan kan de klasleerkracht ook altijd rekenen
op de hulp van de bijzondere leerkracht individueel onderwijs (BLIO), logopedisten,
kinesisten, de orthopedagoge of de C.L.B. begeleider. Zo worden de leerlingen
voortdurend gevolgd zodat de lat steeds verlegd wordt, rekening houdend met
het hele kind.
De vorderingen van de leerlingen worden besproken tijdens trimestriële
klassenraden. Dit gebeurt per leerling in samenspraak met het C.L.B. en alle
personen die meewerkten om de doelen van het handelingsplan te bereiken. Wat
verworven is, wordt aangeduid op een vorderingstabel. Hier kan ook op aangeduid
worden dat de leerstof is aangebracht, maar nog niet voldoende begrepen. Het
is een zeer nuttig onderdeel van het persoonlijk dossier van elke leerling.
Dit dossier wordt bij het einde van het schooljaar doorgegeven aan de volgende
klastitularis.
Het gebeurt dat de moeilijkheden waarmee het kind kampt, na 1 of 2 jaar buitengewoon
onderwijs, overwonnen zijn. Deze leerlingen kunnen dan terug overschakelen naar
het gewoon onderwijs. Daar worden ze bijgestaan door de leerkracht geïntegreerd
onderwijs (G.O.N.). Dit gebeurt in overleg met het C.L.B. en de leerkracht van
de lagere school waar ze naartoe gaan.
De leerlingen in de laatste groep van type 8 krijgen ook de gelegenheid kennis
te maken met de keuken en het werkhuis, 2 vakken die zij zeer graag doen.
Na onze school komen kinderen uit type 8 terecht in het gewone beroepsonderwijs.
De besten bereiken peil vijfde leerjaar en worden intensief voorbereid op een
overstap naar het technisch onderwijs. Hiervoor moet het kind bewijzen dat de
inzet, de wil en het karakter aanwezig zijn om deze grote stap aan te kunnen.
In type 8 hebben we ook 3 speelleerklassen. Hier worden alleen kinderen toegelaten
die uit de laatste kleuterklas komen en de normale leeftijd hebben om in het
eerste leerjaar te starten. Dikwijls zijn ze nog niet schoolrijp, nog te speels
en de basisfuncties die nodig zijn voor het echte leren lezen, schrijven en
rekenen zijn nog onvoldoende ontwikkeld. Heel wat differentiatie-, associatie-
en schrijfoefeningen moeten bijdragen tot het verbeteren van de lees- en rekenvoorwaarden.
Het kind wordt hier zeer goed opgevolgd, kan zich ontplooien, wint aan zelfvertrouwen
en taakbewustzijn. De meerderheid van deze kinderen start nadien in het eerste
leerjaar. Uitzonderlijk en indien het niet anders kan wordt er toch naar of
type 8, of type 1 verwezen. Zij die naar het eerste leerjaar overschakelen kunnen
bijgestaan worden door een G.O.N.-leerkracht.
Een goede onderlinge samenwerking is van het grootste belang. Daarom zit er
van elke klas een leerling in de speelplaatsraad waar ze zelf beslissingen leren
en helpen nemen. Er wordt ook veel aandacht gegeven aan sociale problemen, zoals
pestgedrag, of sorteren van afval, beleefdheid en respect voor materialen...
Sneeuw-, bos- en zeeklassen zijn elk jaar weer een hoogtepunt. Daar leren we
onze leerlingen – en zij ons – op een andere manier kennen en naar
waarde schatten. Sociale vaardigheden worden in de praktijk geoefend.
Onze leerlingen moeten door hun problemen extra knokken om goede resultaten
te bekomen, maar ze hebben leren werken en vechten om er te komen. |